Sunday, 23 November 2014

Simplicity


Today her means of survival was to be simple,
to be a human being uncomplicated and
easy-going of mind.

It had been a sheer practical decision,
no inner impulses, no intense emotional drive.
She was going to structure the chaos -
And organize her life as if counting to ten.

The strategy was easy: her work load had to be
doubled and her meals would never anymore
be taken-out.  She was going to dig the earth and
dirty her nails, peel the potatoes and rub
the floor. She was going to throw herself
in the world of hard labeur and
thoughtless existence.

That evening around 11.30 pm she finished doing
the dishes from her 3-course meal. For some
vague reason she had invited the big family
living opposite her in the street. They had
brought their 4 kids of which she was now
seeing the result in her living room.

She knelt down and started rubbing
the carpet to remove the orange juice stains
and specks of bolognaise sauce. When she
lifted her head, her eye fell on the extensive
to-do list she had pinned on her fridge,
with the deadline coming up very soon.

She and her sister had always held firm
belief in extensive enumerations of
useful chores to do.

An extreme fatigue fell upon her,
her limbs felt stretched and ravaged,
but she knew: now was the time,
the time to keep up and
continue being focused on the tiny little
light that she had detected inside her brain-
like a hard rock, unmovable and brave.

Slowly she got up and conscientiously she
started implementing the first item from the fridge.

In the early morning -somewhere between the
dark hours of the night and dawn- she woke up on
the barren kitchen floor, fallen asleep with seven
more jobs waiting for her.

She lay still a little while, looking at her shiny
cupboards and her clean house.

She was happy.
She had slept as on a bed of roses,
and hadn't wasted a second on any
useless   e n d l e s s
thought.



Friday, 21 November 2014

The Cave


It was as a silent pact between us:
our visits to this place could never be revealed to the outside world.
They did not fit the image we had created of ourselves and
they would by all means ruin the solid identity we had projected
so consistently into the atmosphere:
pure, cool, fearless and anarchistic.

We regularly came here almost incognito,
enjoying the world of Santa Claus and fairy tales,
forgetting the intensity of our raw and so-called uncompromising life.
The shiny Christmas theme cups were smiling at us from
the wooden shelves and the big leather couches made us forget
our deeply rooted melancholy for the few precious minutes
that were about to come.

On top of that we had coffee.
Strong coffee in big cosy mugs so we could warm our icy hands
during our much needed first-aid conversation. My sister was
sitting opposite me and she had pulled out the big guns:
in front of her was standing a Cinnamon Dolce Latte.

"So, what's up?" I started in an attempt to stir up the glossy air
that surrounded us. The café was full of people and there were
urgent conversations going on in every dark corner of the cave.
"Lately I feel as if I am in a rud", she said, "you know, the mud pool"
and immediately she took a generous spoon of the whipped cream
that topped her drink.

I looked around and suddenly realized how places like this were
a cover-up for the feeling she was now trying to bring to the surface:
The intangible doubt. 

"To solve this I will go cycling through the US national parks for three
months", she continued. "But I need a companion, you know,
for the bears".

The bears. Real animals. I now realized how deep the rud actually
was- and how we were used to fix every problem on our path.
Also the unsolvable ones.

But at least the problem was different now. 
Usually we were overwhelmed by the violent rhythm of obligations
and pushy idealistic causes we had committed ourselves too.
And here, in the presence of sparks and colours, warmth and
cheap music we had for so long stretched ourselves to
be able to bear that life.
At least, until now.
Suddenly the running seemed so idle
and our purposes so unclear.

I guess that is what one calls: making progress.

"That sounds like a good plan", I finally said.
"We are pure, cool, fearless and anarchistic
after all".

We both took our jackets and went outside
into the cold air and
crispy sun.

Sunday, 2 February 2014

Geruisloos

Vergis u niet
Zoals de mist zich dubbelplooit

En in oude naden en voering
Zich vastzetten zal
Het is onmogelijk, zeggen ze
Het anders te doen

Zoals verdwijnen zonder rookcirkels

De tamtam trommelt in de wind
‘Zij liet een afscheidsbrief achter’
Is niet aan mij besteed

Luister goed
We moeten praten
Koffie en melk
En geef mij nog die taart
Is geen goed idee

We zullen op elkaar
inhaken
Het eens zijn in deze kroeg
Waarom we het
Moeten doen

Dat weggaan
Van elkaar

Daarin komen we
Meesterlijk
Overeen

Zo overeen
Zodat
We telkens denken dat
Blijven
De oplossing is



Friday, 31 January 2014

Trouvé

Ik heb niet naar je gezocht. Geen centimeter heb ik mijn hoofd naar rechts of naar links gebogen. Noch heb ik aan je gedacht of op je gehoopt, ik wist zelfs niet dat jij een mogelijkheid was. Mijn activiteiten bevonden zich in prille oorden en ik was op zoek naar andere dingen. Ik had net een huis gekocht en had een nieuwe hobby in mijn leven. Ik zou de verjaardagen van mijn vrienden vieren, eten deed ik liever alleen. Mijn dagen waren veel meer dan enkel tijdverdrijf.

Tot ik uit het steegje kwam tussen de straat en mijn achtertuin. De zon was gewelddadig, ze overdreef en deed pijn aan mijn ogen. Dat gaf me een reden om stil te staan. Ik hief mijn hoofd op en probeerde de leegte aan de overkant te zien.

En daar stond jij.
Ik zag je en alles was veranderd.

Ik kon me niet meer omdraaien en doen alsof. Want alles lag al achter mij. De verandering was geschied. Ze hadden mij geen keuze gegeven, voorbereiding was tevergeefs. De aanloop was mijn ganse leven.

Ik keek opnieuw, de zon was feller nu. Je was mooi in het stralende licht.

todo pasa, pero a la inversa

Ik wil vrij zijn
Sla mijn wolvenkop eraf
Er is geen veld om op te jagen
De ketens ratelen hard

Noem mij
Tussen de anderen
Noem mij
nu apart
De goden hebben mij verlaten
Ze hebben een oorlog bedacht
waarom wil jij nu praten
Het geheim is van kracht
De wolf heeft een vriend gevonden
Zie hem daar nu zo staan
Ik weet dat jij kan komen
voor het eerst zal hij weerstaan

’t gaat om het verdwijnen
in u, rond u, erdoor
uit mijn eigen lijf
de mensheid is in nood

Laten we ze samen redden
Hier, nu
In deze dierenkooi gesperd
’t gaat om het bevrijden
Alleen twee lichamen is te mooi
Om waar te zijn
Zeg jij

‘k Voel de leegte dichterkomen
De toekomst stormt op ons af
Enkel het ritme blijft over
Dat is wat jij de luchtbel gaf

Nu struin ik door de dagen
Een vrouw is nooit alleen
Het tempo is te dragen
En beminnen kan iedereen

Maar niet
zoals jij
mij
toen
die nacht

Thursday, 23 January 2014

Zonder titel


Ze heeft een fout gemaakt. Een beginnersfout. Zij, de Ervarene, is erin getrapt. Met ogen die kunnen denken en een verstand dat kan zien. Eén nietig moment van onoplettendheid blijkt nu nefast.

Ze heeft tegen de man die ze graag ziet, gezegd dat ze hem graag ziet.
En daarbovenop heeft ze er nog achterna gegooid dat ze goed met hem kan praten.
Ze is nog wat blijven haperen, maar het was al te laat. Hij draaide zich om en viel in slaap.

Haar zeskoppige jury zit nu op een rij tegenover haar en kijkt haar vertwijfeld aan. Alle zes drinken ze thee en kraantjeswater. Drie van hen houden hun handen krampachtig rond hun stoelleuning geklemd en de jongste bladert zenuwachtig in een lijvig boek. De oudere juryleden bekijken haar met grote donkere ogen.
Lange tijd zeggen ze niets.
Ze zwijgen en staren haar aan.

Dan gooien ze de vragen naar haar toe.
Hoe is ze zo stom kunnen zijn?
Hoe heeft ze zoiets durven zeggen?
Zoiets zeggen is toch alleen veilig bij iemand die je niét zo graag ziet?
En de gevolgen, die zal ze zelf mogen dragen.

Uiteindelijk slaat de jongste het lijvig boek dicht en kondigt aan dat er geen remedie bestaat.  Maar een straf, die is er wel. En die zal ze de volgende weken aan den lijve ondervinden. Of waarschijnlijk net niet meer aan den lijve.

Zij zit alleen tegenover hen aan de andere kant van de tafel en probeert nu een koffie te bestellen. Het is druk in de zaak en de ober schiet haar wederom voorbij. ‘Een koffie, zwart’, roept ze nog. Misschien heeft hij het gehoord.

De zes kijken haar gespannen aan. Waarschijnlijk wachten ze op iets dat zij nu te zeggen heeft, wachten ze op haàr visie op de feiten. Maar zij heeft geen visie op de feiten.
Zij ziet alleen mist tegenover haar en een brede oneindige tafel die haar van de zes scheidt tot in de eeuwigheid. Plots zet de ober een zwarte koffie neer. En wat melk.  Bedachtzaam neemt ze een slok en dan weet ze het. Er bestaan twee kampen bij de mens: er zijn zij die koffie drinken, en dan zijn er de anderen die dat niet doen.

Méer valt hierover niet te zeggen.