Friday, 31 January 2014

Trouvé

Ik heb niet naar je gezocht. Geen centimeter heb ik mijn hoofd naar rechts of naar links gebogen. Noch heb ik aan je gedacht of op je gehoopt, ik wist zelfs niet dat jij een mogelijkheid was. Mijn activiteiten bevonden zich in prille oorden en ik was op zoek naar andere dingen. Ik had net een huis gekocht en had een nieuwe hobby in mijn leven. Ik zou de verjaardagen van mijn vrienden vieren, eten deed ik liever alleen. Mijn dagen waren veel meer dan enkel tijdverdrijf.

Tot ik uit het steegje kwam tussen de straat en mijn achtertuin. De zon was gewelddadig, ze overdreef en deed pijn aan mijn ogen. Dat gaf me een reden om stil te staan. Ik hief mijn hoofd op en probeerde de leegte aan de overkant te zien.

En daar stond jij.
Ik zag je en alles was veranderd.

Ik kon me niet meer omdraaien en doen alsof. Want alles lag al achter mij. De verandering was geschied. Ze hadden mij geen keuze gegeven, voorbereiding was tevergeefs. De aanloop was mijn ganse leven.

Ik keek opnieuw, de zon was feller nu. Je was mooi in het stralende licht.

todo pasa, pero a la inversa

Ik wil vrij zijn
Sla mijn wolvenkop eraf
Er is geen veld om op te jagen
De ketens ratelen hard

Noem mij
Tussen de anderen
Noem mij
nu apart
De goden hebben mij verlaten
Ze hebben een oorlog bedacht
waarom wil jij nu praten
Het geheim is van kracht
De wolf heeft een vriend gevonden
Zie hem daar nu zo staan
Ik weet dat jij kan komen
voor het eerst zal hij weerstaan

’t gaat om het verdwijnen
in u, rond u, erdoor
uit mijn eigen lijf
de mensheid is in nood

Laten we ze samen redden
Hier, nu
In deze dierenkooi gesperd
’t gaat om het bevrijden
Alleen twee lichamen is te mooi
Om waar te zijn
Zeg jij

‘k Voel de leegte dichterkomen
De toekomst stormt op ons af
Enkel het ritme blijft over
Dat is wat jij de luchtbel gaf

Nu struin ik door de dagen
Een vrouw is nooit alleen
Het tempo is te dragen
En beminnen kan iedereen

Maar niet
zoals jij
mij
toen
die nacht

Thursday, 23 January 2014

Zonder titel


Ze heeft een fout gemaakt. Een beginnersfout. Zij, de Ervarene, is erin getrapt. Met ogen die kunnen denken en een verstand dat kan zien. Eén nietig moment van onoplettendheid blijkt nu nefast.

Ze heeft tegen de man die ze graag ziet, gezegd dat ze hem graag ziet.
En daarbovenop heeft ze er nog achterna gegooid dat ze goed met hem kan praten.
Ze is nog wat blijven haperen, maar het was al te laat. Hij draaide zich om en viel in slaap.

Haar zeskoppige jury zit nu op een rij tegenover haar en kijkt haar vertwijfeld aan. Alle zes drinken ze thee en kraantjeswater. Drie van hen houden hun handen krampachtig rond hun stoelleuning geklemd en de jongste bladert zenuwachtig in een lijvig boek. De oudere juryleden bekijken haar met grote donkere ogen.
Lange tijd zeggen ze niets.
Ze zwijgen en staren haar aan.

Dan gooien ze de vragen naar haar toe.
Hoe is ze zo stom kunnen zijn?
Hoe heeft ze zoiets durven zeggen?
Zoiets zeggen is toch alleen veilig bij iemand die je niét zo graag ziet?
En de gevolgen, die zal ze zelf mogen dragen.

Uiteindelijk slaat de jongste het lijvig boek dicht en kondigt aan dat er geen remedie bestaat.  Maar een straf, die is er wel. En die zal ze de volgende weken aan den lijve ondervinden. Of waarschijnlijk net niet meer aan den lijve.

Zij zit alleen tegenover hen aan de andere kant van de tafel en probeert nu een koffie te bestellen. Het is druk in de zaak en de ober schiet haar wederom voorbij. ‘Een koffie, zwart’, roept ze nog. Misschien heeft hij het gehoord.

De zes kijken haar gespannen aan. Waarschijnlijk wachten ze op iets dat zij nu te zeggen heeft, wachten ze op haàr visie op de feiten. Maar zij heeft geen visie op de feiten.
Zij ziet alleen mist tegenover haar en een brede oneindige tafel die haar van de zes scheidt tot in de eeuwigheid. Plots zet de ober een zwarte koffie neer. En wat melk.  Bedachtzaam neemt ze een slok en dan weet ze het. Er bestaan twee kampen bij de mens: er zijn zij die koffie drinken, en dan zijn er de anderen die dat niet doen.

Méer valt hierover niet te zeggen.