Wednesday, 4 May 2011

De ander

'Ik ben je nieuwe leraar', zei de wilde man. 'Ik kom je bijbrengen wat vrijheid is'.

Ze sipte van haar thee. Het was, om het zo te zeggen, iets nieuws. Die kundigheid zag ze wel zitten, maar dan eerder met haar kalende overbuur. De wilde man hield ze liever vast.

'Het gaat om de oefening', vervolgde hij, 'de oefening van de vrijheidsspier’. Daarop leidde hij onmiddellijk de eerste sessie in. Misschien dacht hij wel dat ze ja had geknikt. Hij leek erg bedreven te zijn in het vrij zijn. Zelf raakte ze een beetje achterop.

‘We hebben voldoende praktijk nodig’, zei hij, ‘De resultaten komen niet zo snel’.
‘Ik snap het niet’, riep ze, ‘hoe komen we zo nu los van elkaar?’, maar hij hoorde haar al niet meer. Achteraf dronk ze een glas melk aan de keukentafel, dat hielp om na te denken. ‘Alles of niets is makkelijker’, dacht ze terwijl ze een koekje nam. Zo vaardig als de wilde man kon ze voorwaar niet zijn.

Op een avond gebeurde het dat ze aan de dokken liep. Het late zonlicht weerspiegelde de vogels tot onder het oppervlak. Ze hinkte, haar spieren waren stram. Misschien moest ze ook maar eens de vliegende man ontmoeten. Of die met de zeeblauwe vingers. De resultaten kwamen toch niet van de grond.

Het was iets dat ze alleen zichzelf had verteld, maar voor haar was het een meevaller om in vrij zijn te falen. Ze wist dat het vooral de wilde man was die wilde leren, en zij hielp hem nu op weg.